Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2018

Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 30 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1339.

Een van de methoden voor handhaving is dat de dekens ambtshalve een klacht tegen een advocaat kunnen indienen bij de tuchtrechter. Dit wordt ook een dekenbezwaar genoemd en is mogelijk op grond van art. 46f Advocatenwet. De dekens kunnen een dergelijk bezwaar indienen op grond van het algemeen belang, bijvoorbeeld als er sprake is van overtreding van een voorschrift zonder dat daarbij cliënten direct in hun belang zijn getroffen, of als de kwaliteit van het werk van een advocaat onder de maat is. De deken kan een dekenbezwaar ook indienen als een klager op eigen gronden een klacht tegen de betrokken advocaat heeft. Dat wordt ‘meeklagen’ genoemd. Dit maakt het mogelijk dat als de klager zijn klacht alsnog intrekt, de tuchtrechter toch kan oordelen over het bewuste gedrag. De dekens hebben afgesproken dat zij klachten afkomstig van ketenpartners, bijvoorbeeld een rechter of officier van justitie, in beginsel – na een eigen afweging – overnemen door middel van een dekenbezwaar.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/990d2b33060bf79856110599e8db7ab7f7aede3830e0758f8f1171d6386620fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 990d2b33060bf79856110599e8db7ab7f7aede3830e0758f8f1171d6386620fe, en de alinea staat in dat document op bytes 41645 tot 42723.