Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 november 2018
Onder 4.4 ( Parket bij de Hoge Raad 15 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1346.
(Na)heffing van mrb bij feitelijk in Nederland beschikken over een motorrijtuig leidt volgens de Rechtbank weliswaar op zichzelf juist tot gelijkheid met binnenlands-kentekengevallen en tot voorkoming van fiscale bevoordeling van ingezetenen die ten onrechte hun motorrijtuig niet op Nederlands kenteken zetten (r.o. 5.23), maar zij acht het bedrag van de naheffing problematisch. De berekening daarvan kan in buitenlands-kentekengevallen nadeliger uitpakken dan in binnenlands-kentekengevallen en daarmee tot een hogere relatieve belastingdruk leiden (r.o. 5.24 en 5.37). Na een vergelijking met diverse andere naheffingsgevallen acht de Rechtbank het geval van naheffing van een ingezetene met buitenlands kenteken het meest vergelijkbaar met naheffing in geen-kentekengevallen. Beide situaties zijn geregeld in art. 34 Wet mrb, in beide gevallen is het aanknopingspunt het gebruik van de weg in Nederland zonder dat mrb is betaald en in beide gevallen is de feitelijk beschikker de belastingplichtige (r.o. 5.26-5.30).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20efff7bae7da661b46e37b490435da30f3df6e64fd611b316449601166ea824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20efff7bae7da661b46e37b490435da30f3df6e64fd611b316449601166ea824, en de alinea staat in dat document op bytes 51932 tot 52966.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/20efff7bae7da661b46e37b490435da30f3df6e64fd611b316449601166ea824 | shasum -a 256