Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 december 2018
Onder 3.14. Parket bij de Hoge Raad 7 december 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1354.
“3.5 Bij de beoordeling van deze klachten, die zich lenen voor gezamenlijke behandeling, dient te worden vooropgesteld dat de bevoegdheid tot het indienen van een verzoek tot het instellen van een enquête toekomt aan degenen aan wie deze bevoegdheid in de wet is verleend en dat de daartoe strekkende opsomming in art. 2:346 BW limitatief is. Volgens vaste rechtspraak brengt de strekking van het enquêterecht echter mee dat de verschaffer van risicodragend kapitaal die een eigen economisch belang heeft in de vennootschap waarop het verzoek betrekking heeft, welk belang in zoverre op een lijn kan worden gesteld met het belang van een aandeelhouder of certificaathouder, voor de toepassing van art. 2:346, aanhef en onder b, BW, dient te worden gelijkgesteld met aandeelhouders of certificaathouders (vgl. HR 6 juni 2003, LJN AF9440, NJ 2003/486, HR 4 februari 2005, LJN AR8899, NJ 2005/127, HR 25 juni 2010, LJN BM0710, NJ 2010/370, HR 10 september 2010, LJN BM6077, NJ 2010/665, en HR 8 april 2011, LJN BP4943, NJ 2011/338).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fed06ec7d0fd29ee770b67cecb4f13b3088136b462e138a19657e847a36dc6a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fed06ec7d0fd29ee770b67cecb4f13b3088136b462e138a19657e847a36dc6a3, en de alinea staat in dat document op bytes 49608 tot 50667.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fed06ec7d0fd29ee770b67cecb4f13b3088136b462e138a19657e847a36dc6a3 | shasum -a 256