Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2018
Onder 7.18 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1358.
Het ligt mijns inziens weinig voor de hand dat de wetgever – zeker vanaf 2008, toen hij de safe haven in art. 10a (3)(b) juist afschafte – de door hem in art. 10a(3)(a) wel degelijk geëiste zakelijkheid van de rechtshandeling irrelevant zou achten in gevallen waarin niet vaststaat dat de verbonden schuld zodanig vast zit aan een voor het concern als geheel externe schuld dat in wezen geen sprake meer is van een verbonden schuld. Ik meen dat de uit de parlementaire geschiedenis volgende safe haven onder art. 10a(3)(a) alleen bedoeld is voor gevallen waarin art. 10a teleologisch niet van toepassing is omdat de schuld in wezen niet jegens een verbonden persoon is aangegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcae8a0a927e21d749b7af180e808817203573b12dc85b6a8007f832e4f6543. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcae8a0a927e21d749b7af180e808817203573b12dc85b6a8007f832e4f6543, en de alinea staat in dat document op bytes 141538 tot 142306.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bdcae8a0a927e21d749b7af180e808817203573b12dc85b6a8007f832e4f6543 | shasum -a 256