Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2018

Onder 5.10 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1358.

Nu de Hoge Raad heeft geoordeeld dat parallelliteit deel uitmaakt van de zakelijkheidstoets, is de vervolgvraag hoe de bewijslast van belastingplichtige (en bij betwisting, die van de inspecteur) ingevuld dient te worden. Ingevolge de beslissing van de Hoge Raad in het [A] , dient de belastingplichtige de feiten te stellen, en bij betwisting aannemelijk te maken, die de conclusie rechtvaardigen dat een schuld die rechtens is verschuldigd aan een verbonden lichaam in feite is verschuldigd aan een derde. In die beoordeling moeten dan in ieder geval worden betrokken de looptijd, aflossingsschema, rentevergoeding, omvang en tijdstip van aangaan van de leningen, zulks in onderlinge samenhang. Deze omstandigheden zijn ontleend aan de parlementaire behandeling, zij het dat de wetgever ook expliciet “eventueel gestelde zekerheden” als relevante omstandigheid heeft genoemd. Het is gissen naar de reden voor de keuze van de Hoge Raad om deze omstandigheid niet te noemen — hetgeen overigens een bewuste keuze en geen omissie lijkt te zijn, aangezien de Hoge Raad in het Telecomarrest deze omstandigheid evenmin noemde in zijn overweging aangaande het niveau waarop de toets of sprake is van compenserende heffing dient te worden aangelegd, zoals eerder reeds opgemerkt door Marres. Het komt ons overigens voor dat parallelliteit in gestelde zekerheden in veel situaties een irrelevant of zelfs onjuist criterium kan zijn. De beoordeling of en in welke mate voor een bepaalde financiering zekerheden geboden zijn, hangt doorgaans af van de solvabiliteitspositie van de debiteur alsmede de eventuele verhaalsmogelijkheden van de crediteur; en kan daarmee voor de interne schuld dus anders uitpakken dan voor de externe. Daarnaast zou de genoemde weglating een aanwijzing kunnen zijn dat de Hoge Raad voor het leerstuk van de parallelliteit niet zozeer relevant acht welke partij het financieringsrisico draagt ten aanzien van de art. 10a-lening, maar veeleer welke partij uiteindelijk de liquide middelen heeft verschaft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcae8a0a927e21d749b7af180e808817203573b12dc85b6a8007f832e4f6543. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcae8a0a927e21d749b7af180e808817203573b12dc85b6a8007f832e4f6543, en de alinea staat in dat document op bytes 171169 tot 173530.