Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 december 2018

Onder 1.15 Parket bij de Hoge Raad 6 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1358.

Het verwijzingshof heeft mijns inziens dus terecht nauwkeuriger schuldparallellie geëist dan boekhoudkundige-dekkingsparallellie. Hij is mijns inziens niet te streng geweest, want hij heeft geen doorgeefluikparallellie geëist. Hij heeft de door de wetgever en door u genoemde criteria nagelopen en te weinig overeenkomsten gevonden. Uit zijn oordeel volgt mijns inziens dat hij is uitgegaan van de in 1.14 genoemde maatstaf. Het in zijn uitspraak besloten liggende oordeel dat de belanghebbenden niet aannemelijk hebben gemaakt dat en welke lening(en) extern is/zijn aangetrokken om specifiek hen te (her)financieren, is mijns inziens ook niet onbegrijpelijk. Ik meen daarom dat de principale cassatieberoepen niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bdcae8a0a927e21d749b7af180e808817203573b12dc85b6a8007f832e4f6543. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bdcae8a0a927e21d749b7af180e808817203573b12dc85b6a8007f832e4f6543, en de alinea staat in dat document op bytes 29203 tot 30058.