Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1361.
Uit de nota naar aanleiding van het verslag blijkt dat de regering, naar aanleiding van de vraag van Kuip, heeft opgemerkt dat het in de nieuwe systematiek voor opvolgende arbeidsovereenkomsten niet meer past om elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd, voor wat betreft de berekening van de opzegtermijn, als één arbeidsrelatie te beschouwen. Volgens de regering wordt krachtens de nieuwe systematiek bij beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd door opzegging, de opzegtermijn in principe verwerkt. Een nieuwe en opvolgende arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd dient in beginsel dan ook als een afzonderlijke op zichzelf staande arbeidsrelatie te worden beschouwd, aldus de regering. In de nota naar aanleiding van het verslag is verder te lezen dat deze nieuwe ‘hoofdregel’ geen toepassing vindt indien een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd krachtens een wetsbepaling uitdrukkelijk moet worden meegeteld voor de berekening van de opzegtermijn. Daarbij wordt - tussen haakjes - verwezen naar art. 7:668a lid 2 en het voorgestelde art. 7:667 lid 4 BW:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aed225c8537737f27fdf2bb19d31fc72e5a189e3b376dc17578de922ebf09257. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aed225c8537737f27fdf2bb19d31fc72e5a189e3b376dc17578de922ebf09257, en de alinea staat in dat document op bytes 85887 tot 87074.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aed225c8537737f27fdf2bb19d31fc72e5a189e3b376dc17578de922ebf09257 | shasum -a 256