Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018

Onder 4.1. Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1361.

Het gaat in dit hoger beroep om de vaststelling van de opzegtermijn op grond van artikel 16, derde lid, van de WW. Bepalend daarvoor is de rechtens geldende termijn. Daaronder wordt verstaan de termijn die de werkgever of de werknemer op grond van artikel 7:672 van het BW in acht behoort te nemen. In dit geval geldt de door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn. Tussen partijen heeft als uitgangspunt te gelden dat geen sprake is geweest van overgang van een onderneming in de zin van artikel 7:662 van het BW. Het Uwv is van mening dat voor de vaststelling van de lengte van de opzegtermijn artikel 7:668a, tweede lid, van het BW in aanmerking moet worden genomen. Hij meent daarvoor steun te kunnen vinden in het arrest van de Hoge Raad van 14 juli 2006, LJN AY3782. De Raad zal allereerst hierop ingaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aed225c8537737f27fdf2bb19d31fc72e5a189e3b376dc17578de922ebf09257. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aed225c8537737f27fdf2bb19d31fc72e5a189e3b376dc17578de922ebf09257, en de alinea staat in dat document op bytes 110655 tot 111535.