Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Onder 6.4 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1361.
“ In het vierde lid van art. 7:668a wordt specifiek bepaald dat de opzegtermijn dient te worden berekend vanaf het tijdstip van totstandkoming van de eerste arbeidsovereenkomst als bedoeld onder a of b van lid 1. Dit is noodzakelijk geworden door het vervallen van art. 7:673 BW. Merkwaardigerwijze komt art. 7:673 daarmee toch ten dele te vervallen, omdat het vierde lid van art. 7:668 slechts betrekking heeft op de regeling van voortgezette tijdelijke arbeidsovereenkomsten als bedoeld in dit artikel. Aangezien dit niet uitdrukkelijk door de wetgever is beoogd, zou verdedigd kunnen worden dat ook in geval op andere wijze arbeidsovereenkomsten als voortgezet moeten worden beschouwd de opzegtermijnen bij elkaar dienen te worden opgeteld. ”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aed225c8537737f27fdf2bb19d31fc72e5a189e3b376dc17578de922ebf09257. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aed225c8537737f27fdf2bb19d31fc72e5a189e3b376dc17578de922ebf09257, en de alinea staat in dat document op bytes 121492 tot 122367.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aed225c8537737f27fdf2bb19d31fc72e5a189e3b376dc17578de922ebf09257 | shasum -a 256