Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2018

Onder 20.8. Parket bij de Hoge Raad 18 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1389.

Kennelijk is het de stellers van het middel te doen om zich kritisch uit te laten over de sterke positie van het Openbaar Ministerie in het getuigenbeschermingstraject, waardoor rechterlijke controle en de positie van de verdediging wordt verzwakt. Daarbij wordt verwezen naar hetgeen naar voren is gebracht in de middelen 1 tot en met 3. Om herhaling te voorkomen, volsta ik met een verwijzing naar deze middelen en wijs ik er volledigheidshalve op dat met het oog op de effectiviteit van de beschermingsmaatregelen er goede redenen zijn om de getroffen maatregelen in het verborgene te houden. Wel verdient opmerking dat in de literatuur kritische noten zijn gekraakt over het (gebrek aan) toezicht op het getuigenbeschermingstraject, zoals onder nummer 15.6 is weergegeven. Mogelijk leiden de daarin gedane voorstellen om over te gaan tot (rechterlijk) toezicht tot meer regulering, maar op dit moment zijn getuigenbeschermingsmaatregelen veelal in nevelen gehuld. Dit betekent niet dat de verdediging geheel met lege handen staat. Uiteindelijk draait het erom dat, mede in het licht van art. 6 EVRM, het voor de verdediging mogelijk is de betrouwbaarheid van de kroongetuige te toetsen. De beperkte mogelijkheden om inzicht te krijgen in de vormgeving van het getuigenbeschermingstraject, hebben daaraan niet afgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f670b3d421e2fc409e2c17dccc4a2b9af501bc5b28bbfe8021b08c11a564e9e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f670b3d421e2fc409e2c17dccc4a2b9af501bc5b28bbfe8021b08c11a564e9e7, en de alinea staat in dat document op bytes 317348 tot 318747.