Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Onder 4.99. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:14.

4.104. Uitgangspunt bij de beantwoording van bovenstaande vragen is dat de Richtlijn ziet op de uitoefening van de in de lidstaten bestaande aandeelhoudersrechten. De doelstelling van de Richtlijn is aandeelhouders van beursvennootschappen de mogelijkheid te bieden hun bestaande nationale rechten overal in de EU effectief uit te oefenen (considerans punt 14). Deze focus op de uitoefening van rechten komt tot uitdrukking, zowel in de benaming van de Richtlijn (“uitoefening van bepaalde rechten van aandeelhouders”) als in de Richtlijn zelf (zie considerans punten 3 en 14 en artikel 1 lid 1 van de Richtlijn), als in de voorbereidende stukken die ten grondslag hebben gelegen aan de totstandkoming van de Richtlijn (zie het Actieplan in 4.97 hiervoor). Nationale wetgeving bepaalt de catalogus en inhoud van de rechten van aandeelhouders en algemene vergadering, uiteraard voor zover niet uitdrukkelijk anders is bepaald in de Richtlijn zelf. Met de Richtlijn is niet beoogd te bepalen welke rechten de algemene vergadering en de aandeelhouders hebben. De Richtlijn beoogt slechts om belemmeringen die aandeelhouders ervan weerhouden om hun aan het nationale recht ontleende rechten uit te oefenen, weg te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef75bffdb4678af403c6d841dec9914989468ec59c8a445e020349f22c212c06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef75bffdb4678af403c6d841dec9914989468ec59c8a445e020349f22c212c06, en de alinea staat in dat document op bytes 149347 tot 150680.