Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Onder 4.99. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:14.

4.123. Het lijdt geen twijfel dat de in de Richtlijn gebruikte term “ontwerpresolutie” ziet op vennootschapsrechtelijke besluitvorming gericht op het tot stand brengen van een rechtsgevolg. Zowel in artikel 5 lid 4 als in artikel 6 lid 1 van de Richtlijn wordt gesproken over ontwerpresolutie als een resolutie die ter goedkeuring op de algemene vergadering wordt voorgelegd. Voorts kan worden gewezen op artikel 14 lid 3 van de Richtlijn dat gaat over stemmingsresultaten en bepaalt dat dit artikel onverlet laat de rechtsregels die lidstaten hebben vastgesteld of kunnen vaststellen betreffende de formaliteiten waaraan voldaan moet zijn wil een resolutie rechtsgeldig worden, of betreffende de mogelijkheid van juridische procedures om een stemmingsresultaat aan te vechten . Deze passages vormen een indicatie dat de Richtlijn niet het oog heeft op de door Boskalis bepleite afdwingbaarheid van een informele stemming over standpunten die niet zijn gericht op het tot stand brengen van juridisch bindende besluiten of op enig ander rechtsgevolg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef75bffdb4678af403c6d841dec9914989468ec59c8a445e020349f22c212c06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef75bffdb4678af403c6d841dec9914989468ec59c8a445e020349f22c212c06, en de alinea staat in dat document op bytes 175674 tot 176949.