Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Onder 4.99. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:14.

4.129. Ik maak de balans op. De toepassing van het agenderingsrecht in de omringende lidstaten beweegt zich tussen twee uiteinden. Het ene is te vinden in het Verenigd Koninkrijk, gechargeerd: de agenderingsbevoegde aandeelhouders kunnen alle door hen gewenste onderwerpen ter besluitvorming op de agenda plaatsen en daarover een bindend besluit nemen (dus ook stemmen). Het andere uiterste is in Duitsland te vinden: het agenderingsrecht is beperkt tot die onderwerpen waarvoor de algemene vergadering bevoegd is. Nederland en Frankrijk bevinden zich daartussen. Wel kunnen in beginsel alle door de agenderingsbevoegde aandeelhouder gewenste onderwerpen op de agenda worden geplaatst, maar daarover kan geen stemming worden afgedwongen als de algemene vergadering geen besluitvormingsbevoegdheid ten aanzien van het desbetreffende onderwerp heeft. Strijd met de Richtlijn levert die benadering mijns inziens niet op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef75bffdb4678af403c6d841dec9914989468ec59c8a445e020349f22c212c06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef75bffdb4678af403c6d841dec9914989468ec59c8a445e020349f22c212c06, en de alinea staat in dat document op bytes 185090 tot 186020.