Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Onder 4.99. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:14.

4.136. De klacht in onderdeel 3 houdt in dat de Richtlijn in de weg staat aan de aan de bestreden oordelen van het hof ten grondslag liggende uitleg van artikel 2:114a BW. Daarbij heeft volgens Boskalis als uitgangspunt te gelden dat een aandeelhouder een “ongeclausuleerd agenderingsrecht” toekomt. Dit betekent dat het recht om punten op de agenda te plaatsen niet mag worden beperkt door een voorafgaande toetsing door het bestuur van de vennootschap over of en in welke vorm het voorgestelde punt zich al dan niet leent voor een dialoog met de vennootschap. Artikel 6 van de Richtlijn brengt mee dat een agenderingsverzoek niet mag worden geweigerd vanwege de inhoud of vorm van een agendapunt of ontwerpresolutie. De enige hier relevante beperking die de richtlijn aan de uitoefening van het agenderingsrecht stelt is dat het voorgestelde agendapunt wordt gemotiveerd of vergezeld gaat van een ontwerpresolutie ter goedkeuring op de algemene vergadering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef75bffdb4678af403c6d841dec9914989468ec59c8a445e020349f22c212c06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef75bffdb4678af403c6d841dec9914989468ec59c8a445e020349f22c212c06, en de alinea staat in dat document op bytes 194165 tot 195141.