Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Onder 4.9. Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:14.

Nu uit artikel 2:109 BW volgt dat het bestuur en de rvc bevoegd zijn tot bijeenroeping, zijn zij daarmee ook bevoegd tot het vaststellen van de agenda. De verantwoordelijkheid voor de vaststelling van de agenda ligt dus bij het bestuur en de rvc. Een aantal dwingendrechtelijke bepalingen van Boek 2 BW begrenst voor het bestuur en de rvc de vrijheid om de agenda naar eigen inzicht vast te stellen. Hierbij valt te denken aan de verplichte vaststelling van de jaarrekening (artikel 2:101 lid 3 BW) en de verplichte vaststelling van het bezoldigingsbeleid voor het bestuur (artikel 2:135 lid 1 BW). Voor alle duidelijkheid wijs ik erop dat de vaststelling van de agenda rechtsgevolg heeft, omdat daarmee de mogelijkheid voor de aandeelhoudersvergadering ontstaat om besluiten te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef75bffdb4678af403c6d841dec9914989468ec59c8a445e020349f22c212c06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef75bffdb4678af403c6d841dec9914989468ec59c8a445e020349f22c212c06, en de alinea staat in dat document op bytes 28989 tot 29851.