Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1410.

Partijen zijn het erover eens dat in een door verzoeker eventueel in te stellen aansprakelijkheidsprocedure het oorzakelijk verband tussen de (vaststaande) beroepsfout van verweerster en de door verzoeker gestelde schade aan de orde zal komen. In een geval waarin een advocaat wordt verweten dat hij niet tijdig een vordering of een rechtsmiddel heeft ingesteld moet, voor de beantwoording van de vraag of, en zo ja, in welke mate, de cliënt als gevolg van die fout schade heeft geleden, in beginsel worden beoordeeld hoe op de vordering of het rechtsmiddel had behoren te worden beslist, althans moet het te dier zake toewijsbare bedrag worden geschat aan de hand van de goede en kwade kansen die de cliënt zou hebben gehad indien de vordering of het rechtsmiddel tijdig zou zijn ingesteld . De rechter dient bij de hiervoor bedoelde beoordelingen uit te gaan van de stand van de rechtsontwikkeling op het moment waarop – de beroepsfout weggedacht – over de vordering of het rechtsmiddel zou zijn geoordeeld. Geen andere maatstaf geldt indien, zoals in het onderhavige geval, sprake is van een te laat ingesteld cassatieberoep. Het gaat dan erom of dit beroep tot vernietiging zou hebben geleid en, zo ja, hoe na verwijzing over de zaak zou zijn geoordeeld .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dbe151f0aea31c550b86f7e3a4fcb08ecc1d7673d05e9ae36f5c6e3f1b363e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dbe151f0aea31c550b86f7e3a4fcb08ecc1d7673d05e9ae36f5c6e3f1b363e1, en de alinea staat in dat document op bytes 15432 tot 16836.