Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1410.

Onderdeel a (I) komt neer op de klacht dat het hof in rov. 13 en 14 miskent dat – onverminderd de maatstaf van HR 21 december 2012, reeds aangehaald – de rechter aan een schatting of begroting van (kans)schade eerst toekomt indien die kans niet nihil of te verwaarlozen is. Volgens de toelichting op deze klacht heeft verweerster voor het gerechtshof het standpunt ingenomen dat ook al zou zij in de strafzaak tijdig beroep in cassatie hebben ingesteld namens verzoeker, de kans op succes nihil zou zijn geweest, althans te verwaarlozen. Krachtens art. 149/150 Rv rust dan in een eventuele aansprakelijkheidsprocedure tegen verweerster op verzoeker de plicht om te stellen en, zo nodig, te bewijzen dat het gemiste cassatieberoep in de strafzaak ten minste enige kans van slagen zou hebben gehad. Om dat bewijs te verzamelen, kan het deskundigenonderzoek volgens verzoeker van nut zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dbe151f0aea31c550b86f7e3a4fcb08ecc1d7673d05e9ae36f5c6e3f1b363e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dbe151f0aea31c550b86f7e3a4fcb08ecc1d7673d05e9ae36f5c6e3f1b363e1, en de alinea staat in dat document op bytes 16915 tot 17902.