Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1410.

Ad (ii): Na de aanzegging dat de stukken van het geding door de griffier van het gerechtshof aan de Hoge Raad zijn ingezonden, moet de verdachte die beroep in cassatie heeft ingesteld een schriftuur met middelen van cassatie laten indienen door een advocaat (zie art. 434, art. 435 en art. 437 lid 2 Sv). De inhoud van de cassatiemiddelen wordt bepaald door de advocaat, na overleg met de cliënt. Het behoeft, dunkt me, geen toelichting dat de inhoud van de cassatiemiddelen tot op zekere hoogte afhankelijk is van de vakkundigheid en creativiteit van de advocaat die het cassatiemiddel in de strafzaak opstelt. Indien men dit laatste wil objectiveren, zou het onderzoek door de deskundige zich kunnen richten op cassatiemiddelen die een ‘redelijk handelend en redelijk bekwaam cassatieadvocaat’, gespecialiseerd in strafzaken, zou hebben opgesteld indien het cassatieberoep tijdig zou zijn ingesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4dbe151f0aea31c550b86f7e3a4fcb08ecc1d7673d05e9ae36f5c6e3f1b363e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4dbe151f0aea31c550b86f7e3a4fcb08ecc1d7673d05e9ae36f5c6e3f1b363e1, en de alinea staat in dat document op bytes 30984 tot 31904.