Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Onder 3.42 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1424.

Subonderdeel 2.3 komt op tegen het oordeel van het hof dat het feit dat het verzetschrift niet is gevolgd door een geding tegen de ontvanger als bedoeld in (de tweede volzin van) art. 4 lid 2 LD, hooguit tot gevolg heeft dat het verzet nietig is. Het subonderdeel klaagt dat het hof aldus heeft miskend dat het gevolg van het niet binnen een maand na betekening van het verzet aanhangig maken van het in (de tweede volzin van) art. 4 lid 2 LD bedoelde geding, tevens is dat de grond waarop dat verzet was gebaseerd niet meer in een nieuw of ander geding aan de ontvanger of aan het Land kan worden tegengeworpen. Volgens het subonderdeel is de grond voor het door Aruba Bank op 24 juni 2014 ingestelde verzet uitsluitend dat de aanslag over 2003 was verjaard en heeft Aruba Bank diezelfde grond aan haar vordering in de onderhavige procedure ten grondslag gelegd. Nu het verzet niet binnen een maand is gevolgd door een geding tegen de ontvanger als bedoeld in art. 4 lid 2 LD kon de grond waarop het verzet was gebaseerd niet meer in een nieuw geding aan de ontvanger of het Land wordt tegengeworpen .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fda65a08a8599051d4d03bb9ffc6717a17f76aee76da7e581cbaa82d1396295a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fda65a08a8599051d4d03bb9ffc6717a17f76aee76da7e581cbaa82d1396295a, en de alinea staat in dat document op bytes 79577 tot 80800.