Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1424.

In het huidige tweede lid van artikel 13 is de stuiting van de verjaringstermijn geregeld. Deze bepaling is in iets andere bewoordingen overgenomen in het tweede gedeelte van het voorgestelde eerste lid. In het nieuwe tweede lid worden enkele situaties omschreven, waardoor de verjaringstermijn kan worden verlengd. Onderdeel e is gelijk aan het huidige artikel 13, derde lid. De onderdelen a tot en met d zijn nieuw. Ze hebben betrekking op situaties waarin gedurende de invorderingstermijn de feitelijke invordering van de Ontvanger wordt opgeschort. De opschorting is toe te rekenen aan handelingen van de belastingschuldige. Het is dan ook onredelijk dat deze invloed hebben de feitelijke duur van de invorderingstermijn. Derhalve bepaalt het tweede lid dat ook in de situaties, genoemd in de onderdelen a tot en met d, de invorderingstermijn wordt verlengd met de periode waarin geen invorderingsmaatregelen worden getroffen . [onderstreping A-G]”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fda65a08a8599051d4d03bb9ffc6717a17f76aee76da7e581cbaa82d1396295a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fda65a08a8599051d4d03bb9ffc6717a17f76aee76da7e581cbaa82d1396295a, en de alinea staat in dat document op bytes 31883 tot 32887.