Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1424.

De verjaring van het recht tot invordering van de belastingschuld (en daarmee automatisch de verjaring van het recht tot invordering van de aansprakelijkheidsschuld) wordt niet geregeerd door de bepalingen van het burgerlijk wetboek, maar door de speciaal voor verjaring van de vordering tot betaling van de belastingschulden geschreven bepalingen, enerzijds omdat het niet om de verjaring van de invordering van de – door de civiele rechter te beoordelen – aansprakelijkheidsschuld gaat, maar om de verjaring van de belastingschuld, anderzijds omdat voor verjaring van belastingschulden geschreven bepalingen als meer op dat geval toegesneden bepalingen voorgaan boven de algemene bepalingen van het burgerlijk wetboek. Bovendien zou toepassing van de regels van het burgerlijk wetboek niet in het voordeel (…) zijn, omdat in dat geval artikel 3:306 van toepassing zou zijn, waarin de verjaringstermijn op twintig jaren wordt gesteld. (…)”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fda65a08a8599051d4d03bb9ffc6717a17f76aee76da7e581cbaa82d1396295a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fda65a08a8599051d4d03bb9ffc6717a17f76aee76da7e581cbaa82d1396295a, en de alinea staat in dat document op bytes 37526 tot 38489.