Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2018

Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1428.

Dit onderdeel is gericht tegen rov. 3.4.6. tot en met 3.4.8. van het bestreden arrest, waarin het hof, zo vervolgt het onderdeel, “oordeelt dat geen sprake is van een onbelangrijk verzuim, omdat niet valt in te zien waarom het onderzoek door de Belastingdienst naar de omzetbelastingverplichtingen van [A] en het onderzoek door de AFM als geldige redenen voor de termijnoverschrijding kunnen worden gezien, zodat geen sprake is van een onbelangrijk verzuim”. Het onderdeel verwijst, met verwijzingen naar vindplaatsen in de procestukken, naar stellingen die door [eiser] in feitelijk aanleg (zouden) zijn aangevoerd ter onderbouwing van zijn stellingname dat sprake was van een onbelangrijk verzuim. Deze stellingen zijn in het onderdeel weergegeven onder A. tot en met D. Vervolgens wordt er in afzonderlijke sub-klachten (1.a tot en met 1.e.) geklaagd over het voornoemde oordeel van het hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c326e970cda2a0fe4490c433dcac0f3ed760202fba2196dfd27dc37d3e33783e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c326e970cda2a0fe4490c433dcac0f3ed760202fba2196dfd27dc37d3e33783e, en de alinea staat in dat document op bytes 41161 tot 42072.