Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018

Onder 1.1 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:143.

In deze zaak heb ik op 15 december 2017 conclusie genomen, waarin ik op de aldaar vermelde gronden heb geconcludeerd tot verwerping van het door [eiser] ingestelde principale cassatieberoep. Ik ben op grond van de dubbelzinnige bewoordingen van onderdeel 3 van het door Allianz ingestelde incidentele cassatiemiddel tot de conclusie gekomen dat het incidentele cassatiemiddel in zijn geheel voorwaardelijk is ingesteld. Nu het voor meerdere uitleg vatbaar is of het incidentele middel al of niet voorwaardelijk is ingesteld, heeft Uw Raad mij verzocht een aanvullende conclusie te nemen en het incidentele middel alsnog te bespreken. Ik zou in deze thans te nemen aanvullende conclusie kunnen volstaan met de opmerking dat de klachten van het incidentele middel reeds aan bod zijn gekomen bij de bespreking van het principale middel en om die reden geen nadere behandeling behoeven. Voor de volledigheid bespreek ik echter de verschillende klachten van het incidentele middel. Voor de feiten en het procesverloop van de zaak verwijs ik naar mijn eerdere op 15 december 2017 genomen conclusie (hierna te noemen: eerdere conclusie).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbff3407b1e273ea554ab9f7742399f15d514917ad6ed20faaa17a18fcca3800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbff3407b1e273ea554ab9f7742399f15d514917ad6ed20faaa17a18fcca3800, en de alinea staat in dat document op bytes 5070 tot 6214.