Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:143.

Zoals ik reeds in punt 2.22 van mijn eerdere conclusie heb uiteengezet, heeft het hof blijkens rov. 11, waarin wordt verwezen naar hetgeen de rechtbank in rov. 4.6 t/m 4.8 heeft overwogen, geen directe horizontale werking toegekend aan art. 1 EP. Het hof heeft, zoals blijkt uit rov. 12-14, immers de in art. 1 EP belichaamde waarden betrokken in zijn overwegingen bij de toepassing van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Voor zover de klacht inhoudt dat het hof directe horizontale werking heeft toegekend aan art. 1 EP, gaat de klacht uit van een verkeerde lezing van het arrest van het hof en kan het bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbff3407b1e273ea554ab9f7742399f15d514917ad6ed20faaa17a18fcca3800. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbff3407b1e273ea554ab9f7742399f15d514917ad6ed20faaa17a18fcca3800, en de alinea staat in dat document op bytes 27115 tot 27817.