Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018
Onder 3.30 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:144.
Sub-subonderdelen 2.1-V tot en met 2.1-IX zien op de betekenis die het hof heeft gegeven aan art. 5 lid 2 BION. Zoals hiervoor (randnummer 3.16) is aangegeven, moet art. 5 lid 2 BION mijns inziens niet zo worden gelezen, dat daarmee is beoogd iedere afwijking van de feitelijke ligging van de kabel die meer dan één meter ten opzichte van de tekening bedraagt, voor rekening van de beheerder te laten komen, zodat de grondroerder niet aansprakelijk is voor aan die kabel ontstane schade. Een dergelijk oordeel zou berusten op een onjuiste interpretatie van de WION, het BION en hun totstandkomingsgeschiedenis. In dit verband is ongelukkig te noemen dat het hof in rov. 3.8.2 en 3.8.5 overweegt dat het feit dat de vereiste nauwkeurigheid in de praktijk niet haalbaar is, voor de grondroerder niet ter zake doet, en dat deze in beginsel mag uitgaan van een tekening die daadwerkelijk op één meter nauwkeurig is. Dat de van de netbeheerder te verlangen nauwkeurigheid niet haalbaar is, raakt de verhouding tussen netbeheerder en grondroerder echter wel degelijk. In die verhouding kan de grondroerder mijns inziens niet uitgaan van een nauwkeurigheid die niet mogelijk is. Het hof heeft echter ook uitdrukkelijk overwogen dat een afwijkende ligging van de kabel ten opzichte van de tekening weliswaar relevant, maar niet doorslaggevend is voor de beoordeling van het handelen van de grondroerder. Het hof heeft immers uitdrukkelijk overwogen dat het enkele gegeven dat de kabel niet binnen de één meter-grens ligt niet voldoende is voor de conclusie dat de grondroerder niet aansprakelijk is, nu algemeen bekend is dat de werkelijke ligging van de kabel niet steeds volledig met de tekening overeenstemt. Ook heeft het hof met juistheid overwogen dat het zal blijven aankomen op de feitelijke situatie. Per saldo ben ik daarom toch geneigd het hof, hoewel het op een enkele plaats dus ongelukkige formuleringen aan de betekenis van art. 5 lid 2 BION in de verhouding tussen netbeheerder en grondroerder heeft gewijd, het voordeel van de twijfel te geven. Het hof heeft dan de strekking van art. 5 lid 2 BION niet werkelijk miskend, zodat de sub-subonderdelen 2.1-V, 2.1-VI en 2.1-VII vergeefs zijn voorgesteld. Evenmin heeft het hof rechtsgevolgen verbonden aan het feit dat de tekening van Liander minder nauwkeurig was dan art. 5 lid 2 BION vereist, zodat de sub-subonderdelen 2.-I-VIII en IX niet kunnen slagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153, en de alinea staat in dat document op bytes 91954 tot 94511.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153 | shasum -a 256