Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018

Onder 3.37 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:144.

De klacht betreft daarmee primair het karakter van de instructie. In rov. 3.8.3 heeft het hof overwogen dat de instructie als een best practice -regel is te beschouwen, zonder deze kwalificatie nader toe te lichten. Uit sub-subonderdeel 2.2-V maak ik op dat die kwalificatie wordt bestreden op de grond dat hiermee het gezag en de juridische status van de Richtlijn worden miskend. Het begrip best practice kan worden gedefinieerd als ‘werkmethode die in de praktijk de beste is gebleken en daarom voortaan als richtlijn dient’. Dit lijkt op zichzelf een juiste duiding van de betekenis van de Richtlijn: deze beoogt immers een werkwijze te bieden voor het verrichten van het onderzoek waartoe art. 2 lid 2 WION de grondroerder verplicht. Voor zover de klacht gericht is tegen het gebruik van de term ‘best practice’ faalt zij daarom. Voor zover bedoeld wordt te klagen dat het hof de Richtlijn ten onrechte niet als gezaghebbend heeft gezien, faalt die klacht eveneens. Het hof heeft in rov. 3.8.3 immers overwogen dat de Richtlijn is vastgesteld door een breed samengesteld, technisch geschoold publiek waarin (kort gezegd) alle spelers vertegenwoordigd waren. Het hof overweegt daarbij nadrukkelijk dat het feit dat kleine grondroerders als [verweerster] niet vertegenwoordigd waren aan de waarde van de Richtlijn niet afdoet (hierover verder randnummer 3.50). Hiermee heeft het hof mijns inziens tot uitdrukking gebracht dat de Richtlijn en de daarin vervatte instructies gezaghebbend zijn en derhalve serieus moeten worden genomen. Dat betekent niet, zoals subonderdeel 2.2-III betoogt, dat het niet opvolgen van de Richtlijn zonder meer als onzorgvuldig zou moeten worden beschouwd; het komt immers aan op de vraag wat onder de omstandigheden van het geval kon worden verwacht. Daarbij zal het niet-opvolgen wel het nodige gewicht in de schaal leggen, maar valt niet uit te sluiten dat dat onder omstandigheden verschoonbaar zal zijn (zie ook rov. 3.8.1, 3.8.2 en hiervoor randnummers 3.29- 3.30). Ik meen dat de klachten van subonderdelen 2.2-III en 2.2-V dat het hof de juridische status van de Richtlijn en de daarin vervatte instructies heeft miskend daarom geen doel treffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153, en de alinea staat in dat document op bytes 100332 tot 102812.