Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018

Onder 3.48 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:144.

Sub-subonderdeel 2.4-I klaagt dat, anders dan het hof in rov. 3.3 heeft overwogen, tussen partijen niet vast staat dat [verweerster] ten minste één proefsleuf diende te graven om de kabel te lokaliseren. Het standpunt van Liander is immers dat de grondroerder het verloop van de kabel moet vaststellen over het hele tracé waar gegraven wordt. Deze klacht treft geen doel. Het hof heeft tot uitdrukking gebracht dat beide partijen het erover eens zijn dat een proefsleuf diende te worden gegraven om de kabel te lokaliseren. Tussen partijen is in geschil of van [verweerster] in de gegeven omstandigheden kon worden gevergd dat zij (veel) meer proefsleuven zou maken. Het hof heeft blijkens rov. 3.5 onderkend dat Liander een bevestigende beantwoording van die vraag voorstaat. Verder mist de klacht belang, omdat in het uiteindelijke oordeel van het hof over het handelen van [verweerster] niet te lezen is dat het hof ervan zou zijn uitgegaan dat het graven van één proefsleuf al voldoende zou zijn geweest. Sub-subonderdeel 2.4-I faalt dus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153, en de alinea staat in dat document op bytes 115767 tot 116913.