Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018
Onder 3.50 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:144.
Sub-subonderdeel 2.4-III komt op tegen de overweging in rov. 3.8.3 dat ‘de kleine grondroerders als [verweerster] niet vertegenwoordigd waren’ bij het opstellen van de Richtlijn. Die overweging is onjuist en volgt bovendien niet uit de processtukken, aldus het sub-subonderdeel. Hoewel genoemde stelling in feitelijke instanties inderdaad niet lijkt te zijn betrokken, heeft zij het oordeel van het hof niet beïnvloed: het hof heeft immers overwogen dat de omstandigheid dat kleine grondroerders bij de totstandkoming van de Richtlijn niet betrokken waren niet afdoet aan de waarde van de Richtlijn. Die uiteindelijke conclusie is in lijn met het betoog van Liander (zie ook hiervoor randnummers 3.33 e.v.) en het hof is daarvan ook bij zijn verdere beoordeling uitgegaan. De klacht van sub-subonderdeel 2.4-III faalt daarom bij gebrek aan belang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153, en de alinea staat in dat document op bytes 118386 tot 119337.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153 | shasum -a 256