Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018
Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:144.
In de rechtspraak is regelmatig aan de orde geweest in hoeverre de grondroerder zich erop kan beroepen dat de feitelijke ligging van de kabel (sterk) afwijkt van de ligging volgens de tekening. De jurisprudentie leert dat de grondroerder een kabel die volgens de kaart in (de buurt van) het graafgebied zou liggen in beginsel daadwerkelijk diende te vinden. Hij kon zich er dus niet met succes op beroepen dat een op de tekening aangegeven kabel ondanks zorgvuldig onderzoek niet werd gevonden, ook niet als deze niet lag op de aangegeven plaats. In een dergelijk geval moest de grondroerder contact opnemen met de beheerder. Als een kabel werd geraakt die op een heel andere plaats bleek te liggen dan aangegeven, kon de omstandigheid dat de netbeheerder daarvan op de hoogte was maar dat niet aan de grondroerder had meegedeeld, wel eigen schuld aan de zijde van de beheerder opleveren. Dat ontsloeg de grondroerder echter niet van zijn lokaliseerplicht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153, en de alinea staat in dat document op bytes 50223 tot 51385.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153 | shasum -a 256