Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:144.
In de praktijk kwam (en komt) het voor dat een kabel middels proefsleuven op een of meerdere plaatsen werd gelokaliseerd, maar toch beschadigd raakte, omdat het verloop van de kabel sterk bleek af te wijken van het verloop dat na het graven van de proefsleuven kon worden verwacht. Er is enige rechtspraak over dat soort situaties. Zo oordeelde de rechtbank Almelo in een dergelijke, zij het nog wel specifieke (kabel in rivierbodem raakt beschadigd bij heiwerkzaamheden) situatie dat de grondroerder niet aansprakelijk was: hij had de kabel middels proefsleuven op beide oevers gelokaliseerd, had vervolgens een denkbeeldige rechte lijn getrokken en had naar eigen zeggen bij het heien vervolgens rekening gehouden met een zekere afwijking. Daarna raakt de kabel beschadigd op een plaats die 2,5 meter zou afwijken van de plek waar de kabel (bij doortrekken van de lijn) zou hebben moeten liggen. De rechtbank nam in casu aan dat het voor de grondroerder niet voorzienbaar was dat de kabel lag op de plek(ken) waar was geheid. Dit betekent echter niet dat de grondroerder er in het algemeen mee mag volstaan de kabel op één plek te lokaliseren om op basis daarvan het te verwachten verloop van de kabel zonder nader onderzoek te extrapoleren. In andere gevallen werd het namelijk onzorgvuldig geacht om de kabel op slechts een of twee plaatsen te lokaliseren en op basis daarvan het verwachte verloop te extrapoleren, zonder dit daadwerkelijk vast te stellen. Zo oordeelde het Hof Amsterdam dat de grondroerder zich er niet op kon beroepen dat de beschadigde kabel een plotselinge, onverwachte afwijking in de diepteligging vertoonde, omdat hij hiermee rekening had moeten houden en dit met aanvullend onderzoek had kunnen en moeten vaststellen. Uit de besproken zaken kan naar mijn mening de conclusie worden getrokken dat de grondroerder niet zonder meer aan zijn zorgplicht voldoet wanneer hij op basis van één of enkele proefsleuven aannames doet over het verloop van de kabel; afhankelijk van de omstandigheden van het geval en binnen de grenzen van het redelijke zal de grondroerder ermee rekening moeten houden dat de ligging van de kabel afwijkt van deze aannames en zal hij zijn verdere onderzoek of maatregelen daarop dienen af te stemmen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153, en de alinea staat in dat document op bytes 51464 tot 53924.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/19cd886c61f489e6ff6ae2a03e0ee524524cd01508270123d75f0086f4bb5153 | shasum -a 256