Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:148.
Tot zo’n strikte toepassing als (ook) hier door [eiseres] bepleit, noopt ons recht denk ik niet. Zoals ik in 2.13 aangaf, bestaat er volgens mij ook ruimte voor toepassing van de derogerende werking buiten gevallen van wat de klacht hier noemt “daadwerkelijk gepleegd bedrog/misleiding door of met medeweten van de gelaedeerde dan wel door de verzekerde.” Ook situaties van mindere ernst maar waarbij wel op grond van feiten/verklaringen ná de aanvankelijke verklaringen van verzekerde en het (beweerdelijke) slachtoffer (meer dan) gerede twijfel over de toedracht ontstaat, omdat de aanvankelijke toedrachtsverhalen daardoor gaan “wankelen” (in ons geval: onduidelijk welk van de elkaar volstrekt tegensprekende verhalen van [betrokkene 1] waar is en de nadere verklaring van hem bij de politie dat hij weliswaar had gezegd de bal te hebben gegooid, maar dat eigenlijk niet wist en slachtoffer [eiseres] blijkt volgens nadere verklaring ter comparitie niet te hebben gezien dat [betrokkene 1] naar haar heeft gegooid), moeten ook – analoog aan het ingeroepen hofprecedent – kunnen worden gehanteerd in de sleutel van de derogerende werking. Daar stuit ook deze klacht naar ik meen op af. Van onbegrijpelijkheid lijkt mij ook hier geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/79f67acbb33529cf2f5e2a9f4ca0aac6365a6d71517559cc3ff071a45a61983a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 79f67acbb33529cf2f5e2a9f4ca0aac6365a6d71517559cc3ff071a45a61983a, en de alinea staat in dat document op bytes 42906 tot 44177.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/79f67acbb33529cf2f5e2a9f4ca0aac6365a6d71517559cc3ff071a45a61983a | shasum -a 256