Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 3.15.1 ( Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:149.
Deze stelling heeft het hof impliciet verworpen in rov. 3.3.4. Ook wanneer [betrokkene 1] en [eiseres 1] in de veronderstelling verkeerden dat de bestuurswissel reeds had plaatsgevonden, waren zij nog verplicht om deze formeel te effectueren. Dit hebben zij niet gedaan, terwijl het hof heeft overwogen dat zij geen reden hadden om de voorbereide besluiten niet te ondertekenen (rov. 3.3.4). [eiseres] c.s. voert niet aan hoe een overleg tussen de Bank en [betrokkene 1] en [eiseres 1] dit zou veranderen. In het licht van de brief van 24 april 1999 kon het hof oordelen dat een nadere waarschuwing of sommatie van de Bank aan [betrokkene 1] en [eiseres 1] niet vereist was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c839396591be429fbb5c0b2e908b5b19778489afea3c0f6c64a3d7ff65d745d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c839396591be429fbb5c0b2e908b5b19778489afea3c0f6c64a3d7ff65d745d8, en de alinea staat in dat document op bytes 61939 tot 62627.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c839396591be429fbb5c0b2e908b5b19778489afea3c0f6c64a3d7ff65d745d8 | shasum -a 256