Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 3.18.2 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:149.
“3.5.2 Het onderdeel neemt met juistheid tot uitgangspunt dat, indien een kredietverlener gebruik maakt van een overeengekomen bevoegdheid tot beëindiging van de kredietovereenkomst, de rechtsgeldigheid daarvan beoordeeld moet worden aan de hand van de overeenkomst en de maatstaf van art. 6:248 lid 2 BW. Dat laatste brengt mee dat de beëindiging door de kredietverlener op grond van een dergelijke bevoegdheid niet rechtsgeldig is indien gebruikmaking van die bevoegdheid, gelet op de omstandigheden van het geval, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c839396591be429fbb5c0b2e908b5b19778489afea3c0f6c64a3d7ff65d745d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c839396591be429fbb5c0b2e908b5b19778489afea3c0f6c64a3d7ff65d745d8, en de alinea staat in dat document op bytes 71078 tot 71678.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c839396591be429fbb5c0b2e908b5b19778489afea3c0f6c64a3d7ff65d745d8 | shasum -a 256