Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Onder 3.25. Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1513.

De klacht in randnummer 35 dat het hof op ontoelaatbare wijze heeft “geprejudicieerd” op een ruimhartige beoordeling van al hetgeen relevant kan zijn voor het bevolen onderzoek en blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de onderzoeker uitdrukkelijk “toe te staan/uit te nodigen” de bezwaren waarvan niet is vastgesteld dat die gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid in de zin van art. 2:274 lid 1 BWC opleveren, in het onderzoek te betrekken, faalt eveneens. De wijze waarop het hof de onderzoeksopdracht heeft geformuleerd is in lijn met rov. 4.6 van de Aqualectra -beschikking (nr. 3.19 hiervoor). Ook de ondernemingskamer maakt geregeld gebruik van de overweging dat het de onderzoeker vrijstaat bepaalde bezwaren in zijn of haar onderzoek te betrekken, waarbij in het midden wordt gelaten of die bezwaren op zichzelf een gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid opleveren (nr. 3.20-3.21 hiervoor). Ik acht een dergelijke formulering van de onderzoeksopdracht in overeenstemming met de wetsgeschiedenis waarin onder meer is opgemerkt: “Het onderzoek zelf heeft weer een ruime omvang: “het beleid en de gang van zaken”, eventueel gepreciseerd naar een bepaald onderwerp of tijdvak (…) [curs. A-G]” (nr. 3.11 hiervoor).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1, en de alinea staat in dat document op bytes 72781 tot 74138.