Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Onder 3.30. Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1513.

In randnummer 38, tweede opsommingsteken, wordt geklaagd dat ’s hofs benadering in rov. 2.9-2.10 jo. 2.16-2.17 en het dictum van de beschikking te meer problematisch is omdat de onderzoeker in de beschikking geen noemenswaardig houvast wordt geboden, nu het hof de gegrondheid van de verwijten in rov. 2.9-2.10 in het midden heeft gelaten. Deze klacht slaagt ook niet. De klacht miskent dat ’s hofs benadering in rov. 2.9-2.10, waarin uitdrukkelijk wordt bepaald dat de onderzoeker de genoemde verwijten ook in zijn onderzoek kan betrekken, juist méér houvast biedt dan wanneer het hof in het midden had gelaten of de onderzoeker deze verwijten in zijn onderzoek kon betrekken (nr. 3.26 hiervoor). Het (voldoende) houvast voor de onderzoeker volgt reeds uit de gestelde verwijten. Ik verwijs ook naar de wetgeschiedenis waaruit volgt dat niet is vereist dat het onderzoek wordt gepreciseerd naar een bepaald onderwerp of tijdvak (nr. 3.11 hiervoor).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1, en de alinea staat in dat document op bytes 80890 tot 81859.