Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018
Onder 3.5. Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1513.
Hoe dat ook zij, de Hoge Raad rept in zijn beschikking van 6 juli 2018, in cassatie op de beschikking van het hof van 13 juni 2017, met geen woord over de enquêterechtelijke variant van het legaliteitsbeginsel. In rov. 3.4.4 (zie nr. 3.3 hiervoor) van zijn beschikking overweegt de Hoge Raad dat zowel de bevoegdheid van het hof tot het vaststellen van wanbeleid en het aanwijzen van de daarvoor verantwoordelijke personen als het treffen van voorzieningen mede kan berusten op anterieure feiten. De Hoge Raad heeft daar kennelijk, gelet op de verwijzing naar de art. 2:282 en 2:283 BWC, het oog op het treffen van definitieve voorzieningen. Naar ik aanneem, kan ook het treffen van voorlopige voorzieningen in de zin van art. 2:276 BWC mede berusten op anterieure feiten. Ik wijs in dit verband ook op rov. 3.4.6 van de beschikking van de Hoge Raad van 6 juli 2018:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1, en de alinea staat in dat document op bytes 26307 tot 27286.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1 | shasum -a 256