Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018
Onder 3.5. Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1513.
De Hoge Raad is kennelijk van oordeel dat, nu een specifieke overgangsrechtelijke bepaling die (onderdelen van) het Curaçaose enquêterecht zou uitzonderen van het uitgangspunt van onmiddellijke werking ontbreekt, ook het treffen van voorzieningen onder het overgangsrechtelijke regime van de onmiddellijke werking valt en derhalve mede kan berusten op anterieure feiten. Een enquêterechtelijke variant van het legaliteitsbeginsel staat klaarblijkelijk niet aan die onmiddellijke werking in de weg. Voor de Curaçaose enquêterechtelijke praktijk is het van belang te constateren dat het treffen van (voorlopige en definitieve) voorzieningen mede op grond van anterieure feiten wordt toegestaan door de Hoge Raad. Het gehele Curaçaose enquêterecht (art. 2:270-2:286 BWC) heeft onmiddellijke werking.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1, en de alinea staat in dat document op bytes 28797 tot 29616.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1 | shasum -a 256