Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Onder 3.10. Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1513.

Uit deze passage in de wetsgeschiedenis kan mijns inziens worden afgeleid dat het in het enquêterecht, althans in een casus als de onderhavige, de kunst is het juiste evenwicht te vinden tussen enerzijds het belang “een minderheid van aandeelhouders (…) te beschermen tegen een gebrek aan openheid en een onbevredigende gang van zaken” en anderzijds het belang van de vennootschap (en de meerderheidsaandeelhouder) die “door het aanvragen en instellen van een enquête (…) in opspraak [wordt] gebracht, hetgeen voor haar in het maatschappelijk verkeer onaangename consequenties kan hebben”. Het eerste belang is gebaat bij een ruime mate van onderzoeksvrijheid, terwijl het tweede belang is gebaat bij een zekere begrenzing van de onderzoeksvrijheid om niet onnodig door een onderzoek belast te worden. De wetgever van 1928 was bevreesd dat minderheidsaandeelhouders misbruik zouden kunnen maken van het recht van enquête. Als het enquêterecht te lichtvaardig toegepast zou kunnen worden, zou dat nadelige gevolgen kunnen hebben voor de vennootschap. In de wet is daarom als waarborg tegen misbruik door minderheidsaandeelhouders onder meer opgenomen dat een enquêteverzoek slechts kan worden toegewezen als sprake is van gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. Art. 2:350 lid 1 BW en het daarmee corresponderende art. 2:274 lid 1 BWC vormen daarmee een door de wetgever opgelegde ondergrens voor toewijzing van een enquêteverzoek. In de onderhavige zaak staat in cassatie vast dat die ondergrens is gehaald (rov. 2.5-2.7). Dat geeft echter nog geen antwoord op de vraag in hoeverre het hof de onderzoeker kan toestaan, zoals het in rov. 2.9 en 2.10 heeft gedaan, om ook andere verwijten, waarvan door het hof onbesproken is gelaten of die gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid vormen, in zijn of haar onderzoek te betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1, en de alinea staat in dat document op bytes 39931 tot 41845.