Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Onder 3.12. Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1513.

De enquêteprocedure bestaat dus uit een soort drietrapsraket. In de voorfase van art. 2:349 lid 1 BW/2:273 BWC dienen de bezwaren tegen het beleid of de gang van zaken van de vennootschap schriftelijk kenbaar te worden gemaakt. In de eerste fase draait het bij de toewijzing van het enquêteverzoek ex art. 2:350 lid 1 BW/2:274 lid 1 BW om de vaststelling van gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid. In de tweede fase, kan na deponering van het onderzoeksverslag, worden verzocht om vaststelling van wanbeleid ex art. 2:355 BW/2:282 BWC. Uit de hiervoor weergegeven passage in de MvT kan worden afgeleid dat in dit “voortschrijdend proces” aan steeds strengere normen wordt getoetst: van bezwaren tegen het beleid of de gang van zaken in de voorfase, naar gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen in de eerste fase tot wanbeleid in de tweede fase.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1, en de alinea staat in dat document op bytes 47052 tot 48217.