Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Onder 3.13. Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1513.

Uit deze passage in de MvT kan voorts als uitgangspunt worden afgeleid dat de feitelijke grondslag voor (toewijzing van) het enquêteverzoek reeds in de voorfase vastligt. Naarmate de enquêteprocedure vordert, kan in beginsel nog slechts de kwalificatie van de feiten wijzigen: een bezwaar kan gegronde reden voor twijfel aan een juist beleid opleveren en die gegronde reden voor twijfel kan, na onderzoek, leiden tot het oordeel wanbeleid. Dat brengt met zich dat tussen de bezwaren (zoals vooraf kenbaar gemaakt en genoemd in het enquêteverzoek) en de gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid een zodanig nauw verband dient te bestaan dat zij op hetzelfde onderwerp betrekking hebben. Dat gaat echter niet zover dat de bedoelde redenen met zoveel woorden in de bedoelde bezwaren zouden moeten worden genoemd. Het zou wel in strijd komen met de aard van het voortschrijdende proces als de ondernemingskamer of het hof een enquêteverzoek zou toewijzen op geheel andere gronden dan die welke in de bezwaren kenbaar zijn gemaakt. Nieuwe bezwaren, die voor het eerst in het verzoekschrift naar voren worden gebracht, dienen bij de beoordeling of sprake is van gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid, buiten beschouwing te blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1, en de alinea staat in dat document op bytes 48298 tot 49755.