Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Onder 4.6. Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1513.

Van den Heuvel merkt in zijn JOR -noot onder deze beschikking op dat “[v]oor de Curaçaose praktijk, die nog niet in den brede vertrouwd is met het enquêterecht de uitspraak op zich een beknopte inleiding daartoe [is], waarin bijvoorbeeld (…) de maatstaf voor toewijzing van een enquête helder belicht wordt (4.5) [en] enige overwegingen ten overvloede worden gegeven over de motiveringseisen die aan de beschikking gesteld morgen worden (4.6) (…).” Ik constateer dat het hof in de onderhavige zaak overeenkomstig deze overwegingen heeft beslist. Het hof heeft in de onderhavige zaak overwogen dat met betrekking tot de aandelenemissie, die zonder objectieve waardering is uitgevoerd, voldoende gebleken is van gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid in de zin van art. 2:274 lid 1 BWC (rov. 2.5). Op die grond (rov. 2.7) en na een belangenafweging (rov. 2.16-2.17) heeft het hof het enquêteverzoek toegewezen. Van de overige verwijten heeft het hof in het midden gelaten in hoeverre die gegrond zijn. Het hof heeft de onderzoeker niettemin uitdrukkelijk toegestaan deze verwijten wel bij zijn of haar te verrichten onderzoek te betrekken (rov. 2.9 en 2.10).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1, en de alinea staat in dat document op bytes 62482 tot 63799.