Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Onder 3.20. Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1513.

De ondernemingskamer maakt niet altijd duidelijk wat de reikwijdte van het onderzoek is. Deze rekkelijkheid van de ondernemingskamer met betrekking tot de omvang van het onderzoek is in de literatuur breed onderkend. Ik geef enkele voorbeelden uit de jurisprudentie. Uit sommige overwegingen lijkt te volgen dat als de ondernemingskamer oordeelt dat bepaalde verwijten geen grond vormen om aan een juist beleid te twijfelen die “dus niet” of “daarom niet” in het onderzoek behoeven te worden betrokken. Uit andere overwegingen lijkt echter te volgen dat het de onderzoeker vrijstaat andere bezwaren, waarvan in het midden kan blijven of die op zichzelf gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid opleveren, in het onderzoek te betrekken of aan dergelijke bezwaren in het onderzoek aandacht te besteden. Storm ziet in deze jurisprudentie van de ondernemingskamer “naar het lijkt duidelijke tegenspraak.” Ik meen - kennelijk anders dan Storm - dat deze beide lijnen in de rechtspraak van de ondernemingskamer met elkaar verenigbaar zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17e5b5ee2e753e99fbc37b3429cdce906745930d5dd10d1fefa7730ef77708c1, en de alinea staat in dat document op bytes 63900 tot 65224.