Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:152.
Op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad staat het de rechter niet vrij zijn beslissing te baseren op rechtsgronden of verweren die weliswaar zouden kunnen worden afgeleid uit in het geding gebleken feiten en omstandigheden, maar die door de desbetreffende partij niet aan haar vordering of verweer ten grondslag zijn gelegd. Door zulke gronden aan zijn beslissing ten grondslag te leggen, overschrijdt de rechter niet alleen de grenzen van de rechtsstrijd maar wordt de wederpartij tekortgedaan in haar recht zich daartegen naar behoren te kunnen verdedigen. Met de toevoeging (in de jurisprudentie sinds 2003) dat “ de wederpartij [wordt] tekortgedaan in haar recht zich daartegen naar behoren te kunnen verdedigen ” heeft de Hoge Raad het verbod mede in het teken van schending van het beginsel van hoor en wederhoor gezet. Dit fundamentele beginsel van procesrecht is niet alleen neergelegd in art. 6 EVRM - dat ook in het Caribisch deel van het Koninkrijk gelding heeft - maar tevens in art. 119 lid 1 Rv-SM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84, en de alinea staat in dat document op bytes 23355 tot 24844.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84 | shasum -a 256