Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:152.
Voor het ambtshalve aanvullen van rechtsgronden door de rechter (art. 52 Rv-SM) is volgens de Hoge Raad noodzakelijk, maar ook voldoende, dat een partij zodanige feitelijke stellingen aan haar vordering ten grondslag legt dat deze – eventueel in onderling verband en samenhang bezien, mits voor zowel de rechter als de wederpartij duidelijk genoeg is dat de desbetreffende stellingen (mede) in die samenhang of dat verband ten grondslag worden gelegd aan de vordering – toewijzing van de vordering kunnen rechtvaardigen op de door de rechter bij te brengen rechtsgrond. Bij de beoordeling of voldoende duidelijk is dat partij bepaalde feiten en omstandigheden aan een vordering, verzoek of verweer ten grondslag heeft gelegd, komt het aan op een uitleg van stellingen in de gedingstukken. In cassatie kan slechts worden getoetst of de uitleg die de rechter bij het ambtshalve aanvullen van de rechtsgronden aan die stellingen heeft gegeven begrijpelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84, en de alinea staat in dat document op bytes 24923 tot 26088.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84 | shasum -a 256