Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:152.

Ook is geen sprake van een verrassingsbeslissing. In het tussenvonnis van 26 augustus 2016 heeft het hof geoordeeld dat [verzoekster] door verjaring de erfpacht van de strook grond heeft verkregen (rov. 2.2). Vervolgens heeft het hof met betrekking tot de vordering van [verzoekster] tot afbraak overwogen dat [verweerster 1] heeft gesteld dat het gaat om een deel van haar appartement dat over de strook grond hangt en dat [verzoekster] daarvan geen last heeft, en dat het hof – kennelijk met het oog op deze stellingen – behoefte heeft aan een plaatsopneming en comparitie ter plaatse (rov. 2.3). Daarmee was voor beide partijen duidelijk dat het Hof nadere inlichtingen wenste over – in ieder geval – het belang van [verzoekster] bij haar vordering tot afbraak van de overbouw. Partijen hebben hun standpunt over hun wederzijdse belangen in verband met de vordering tot afbraak uitvoerig voor het voetlicht kunnen brengen en ook gebracht, zowel ter gelegenheid van de descente als naderhand in hun akte na descente. Van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing dan wel strijd met het beginsel van hoor en wederhoor is daarom geen sprake. Hiermee faalt subonderdeel I.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84, en de alinea staat in dat document op bytes 35582 tot 36773.