Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:152.
Dat de regeling van art. 5:54 BW geen exclusieve werking heeft, is door de Hoge Raad beslist in het arrest AVO/ [...] . Dat betekent dat de eigenaar van een overbouw zich zowel kan beroepen op de rechtsgevolgen van art. 3:13 BW (misbruik van recht), als op die van art. 5:54 BW (legalisatie). Dat de eigenaar van een overbouw beide mogelijkheden heeft, blijkt ook uit de parlementaire geschiedenis, waarin is opgemerkt dat de eigenaar van de overbouw die de weg van art. 5:54 BW te kostbaar acht, kan volstaan met een beroep op art. 3:13 BW. Wel zal in dat geval de belangenafweging als bedoeld in art. 3:13 lid 2 BW in de regel in zijn nadeel uitvallen, nu hem ook de wettelijke weg tot legalisering van de onrechtmatige toestand wordt geboden (art. 5:54 BW). Verder is in de parlementaire geschiedenis te lezen dat afwijzing van de vordering tot amotie wegens misbruik van bevoegdheid, geen invloed heeft op het recht op schadevergoeding dat de eigenaar van het naburige erf op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW) kan doen gelden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84, en de alinea staat in dat document op bytes 47553 tot 48897.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84 | shasum -a 256