Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:152.
Art. 3:13 lid 2 BW-SM bepaalt, voor zover relevant, dat een bevoegdheid kan worden misbruikt indien men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Met het woord ‘onevenredigheid’ is tot uitdrukking gebracht dat de in deze bepaling genoemde belangen niet op voet van gelijkheid door de rechter mogen worden afgewogen. Misbruik van bevoegdheid mag slechts worden aangenomen indien het belang bij uitoefening van de bevoegdheid gering is tegenover het belang dat door deze uitoefening wordt geschaad. In de toetsingsmaatstaf aan het slot van art. 3:13 lid 2 BW-SM, “ naar redelijkheid niet tot uitoefening van die bevoegdheid had kunnen komen ”, komt tot uitdrukking dat geen sprake is van een volledige (‘gewone’) belangenafweging. In beginsel staat het de rechthebbende vrij de bevoegdheden die hij aan zijn recht kan ontlenen uit te oefenen, ook al wordt een derde hierdoor benadeeld. Art. 3:13 BW stelt in beperkte mate grenzen aan die vrijheid, namelijk wanneer – zoals het in de Toelichting Meijers is verwoord – “ geen weldenkend mens in redelijkheid tot de uitoefening der bevoegdheid had kunnen komen .”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84, en de alinea staat in dat document op bytes 52965 tot 54378.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84 | shasum -a 256