Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:152.
In de onderhavige zaak heeft het Hof in rov. 2.4 in essentie geoordeeld dat het nadeel dat [verweerster 1] door de amotie zou lijden zowel op zichzelf beschouwd als in verhouding tot het belang dat [verzoekster] met haar vordering nastreeft zó groot – onevenredig – is dat [verzoekster] in redelijkheid niet tot de uitoefening van haar recht amotie te vorderen had kunnen komen. Het Hof heeft daartoe overwogen dat afbraak van het over de strook gebouwde voor [verweerster 1] tot gevolg heeft dat niet alleen het overhangende deel, maar ook de rest van het nieuw gebouwde deel van haar woning zal moeten worden afgebroken. De gevolgen van afbraak zijn voor haar dus zeer ingrijpend. Vervolgens heeft het Hof deze voor [verweerster 1] ingrijpende gevolgen afgezet tegen het belang dat [verzoekster] met haar vordering nastreeft. In dit verband heeft het Hof overwogen dat de beperkingen in het gebruik van de strook als gevolg van de overbouw voor [verzoekster] beperkt zijn, alsmede dat de stellingen van de zoon van [verzoekster] dat hij op de strook een huis wil bouwen voor zijn kinderen en daarop een weg wil aanleggen, kort samengevat, onvoldoende zijn onderbouwd. Oftewel: het belang van [verzoekster] bij uitoefening van haar bevoegdheid is gering (want deels niet onderbouwd) vergeleken met het belang van [verweerster 1] dat daardoor wordt geschaad. Bij de belangenafweging heeft het Hof verder in aanmerking genomen (i) dat het gebouwde door [verweerster 1] is geconstrueerd in een periode waarin onduidelijk bestond over de vraag wie de rechthebbende was van de grond, welke onduidelijkheid mede door toedoen van [verzoekster] is ontstaan omdat zij zich destijds ten onrechte op het standpunt stelde dat zij eigenaar was van de grond, en (ii) dat [verzoekster] de erfpacht van de strook heeft verkregen door ommekomst van de verjaringstermijn en voor die verkrijging geen tegenprestatie heeft verricht en dat zij ook voor het daaraan voorafgaande gebruik van de strook, toen [verweerster 1] dus nog erfpachter was, geen tegenprestatie heeft geleverd terwijl zij daarop wel een gedeelte van een appartement heeft gebouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84, en de alinea staat in dat document op bytes 58178 tot 60328.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84 | shasum -a 256