Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:152.

Het subonderdeel klaagt dat, zonder nadere motivering, niet goed valt in te zien waarom de omstandigheid (i), dat [verzoekster] zich eerder ten onrechte op het meer omvattende eigendomsrecht heeft beroepen en het gebouw in een periode van onzekerheid over de rechthebbende van de grond is geconstrueerd ten nadele van [verzoekster] zou moeten meewegen. Ik begrijp het oordeel van het Hof zo, dat het Hof in het voordeel van [verweerster 1] heeft laten meewegen dat enerzijds [verzoekster] zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat zij eigenaar was van de strook grond, terwijl anderzijds [verweerster 1] niet te kwader trouw grensoverschrijdend heeft gebouwd. Dit sluit aan bij de stellingen van [verweerster 1] dat zij, op grond van de meetbrief, in de veronderstelling verkeerde dat zij bouwde op grond waarop zij een recht van erfpacht had en dat [verzoekster] nimmer eigenaar van de strook grond is geweest. Dat het hof deze omstandigheid ten voordele van [verweerster 1] heeft meegewogen, is niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84, en de alinea staat in dat document op bytes 60408 tot 61548.