Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Onder 2.33 Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 februari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:152.
Verder lijkt de overweging in rov. 2.5 van het tussenvonnis van 26 augustus 2016 uitsluitend betrekking te hebben op de primaire schadevergoedingsvordering van [verzoekster] die gestoeld was op haar vermeende eigendomsrecht. Ná zijn overweging dat voor het toewijzen van schadevergoeding onvoldoende grond bestaat, merkt het Hof immers op dat [verzoekster] pas bij akte van 8 april 2016 haar op de verkrijging van erfpacht gegronde subsidiaire vorderingen heeft ingesteld. Welke conclusie het Hof daaraan verbindt is echter onduidelijk, nu het op een aantal van die subsidiaire vorderingen wel gemotiveerd heeft beslist, maar, zoals gezegd, niet op de subsidiaire vorderingen tot het verkrijgen van een verklaring voor recht dat [verweerster 1] onrechtmatig heeft gehandeld en schadeplichtig is jegens [verzoekster] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84, en de alinea staat in dat document op bytes 67033 tot 67935.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a1e81ccfaa52746d8519c49819047fcc2ccd9082fb7f82a6b41663af4b55bc84 | shasum -a 256